|
|||||
Ik gaf les aan Swami Premananda in de zesde klas van het Christ Church College te Matale. Hij heette toen Prem Kumar en was klassenvertegenwoordiger. In studeren was hij niet erg geïnteresseerd maar hij hield de klas goed onder controle en overtuigde zich ervan dat het lokaal netjes was opgeruimd. Ik onderwees hem Engels en Rekenen. Hij had geen belangstelling voor Engels, maar hij maakte indruk op alle onderwijzers met zijn prettige manieren en goede gedrag. Ook al was hij buitengewoon ondeugend, we konden het niet over ons hart verkrijgen om hem te straffen. Het Hoofd van de school was zeer op hem gesteld en de onderwijzeres Mevr.Berchmans was dol op de jongen. Swamiji was daarin ongewoon, dat hij altijd plaatjes van heiligen in zijn schooltas had zitten en verhaaltjes over hen vertelde. Hij was heel religieus en organiseerde kleine Tamil-Literaire Genootschappen, waarbij hij de leiding had bij de toneelstukken die werden opgevoerd. Hij verrichtte pooja´s en er stonden Kathaprasangams (het vertellen van godsdienstige verhalen) op zijn agenda. De praatjes die hij hield waren echt interessant en iedereen genoot van zijn onderwerpen. Ik zei altijd tegen hem dat hij priester zou moeten worden, vanwege zijn spirituele belangstelling. Na mijn vertrek van het Christ Church College hoorde ik nog veel over hem, via de onderwijzeres Mevr.Navaneethaguru die tegelijk met mij les gaf. Ze vertelde mij van heilige as die van Swamiji´s religieuze plaatjes afviel en hoe hij vibuthi, sandelhoutpoeder en kandijsuiker materialiseerde. In 1978 verhuisde ik naar een woning tegenover de Gandhi Hal, waar Swamiji woonde. Ik kwam af en toe eens langs, omdat ik nieuwsgierig naar hem was. Er werden destijds pooja´s en bhajansessies gehouden. Ik keek naar hem vanuit de deuropening, omdat ik wegens de drukte in de hal aarzelde om naar binnen te gaan. Hij riep me maar ik was een beetje bang en daarom kwam hij naar de ingang toe en vroeg: "Moeder, wat wilt u?" Ik zei hem dat ik alleen maar wilde zien wat er gaande was. We babbelden wat en hij pakte bloemblaadjes van een schaal. Ik hield mijn hand op en hij legde de blaadjes erin. Na enige seconden verscheen er een groot stuk kandijsuiker tussen de bloemblaadjes in mijn hand. Dat was een hele schok voor me. Ik wist toen dat hij beschikte over goddelijke krachten. Daarna was ik zo gezegend dat ik hem nog heel vaak te zien kreeg, omdat ik zoals gezegd, tegenover zijn eerste Ashram in Matale woonde. Later verhuisde ik en was het moeilijk om hem nog regelmatig op te zoeken. Na de onlusten van 1983 verloor ik alle contact, totdat zijn toegewijden mij nu wisten te vinden en me naar mijn ervaringen vroegen. In de korte tijd dat ik zijn Ashram kon bezoeken merkte ik zijn zeldzame hoedanigheid, zijn goddelijke vermogens en genezende krachten op. Mijn kinderen mochten hem ook heel graag. Hij zegende mijn dochter, zodat ze snel van een ziekte herstelde. Hij heeft mij op zoveel manieren geholpen dat ik hem nooit kan vergeten. Ik hoop dat zijn zegen altijd bij me zal zijn. |
