Leven > Ervaringen van toegewijden > Van ambtenaar to dienaar van God



VAN AMBTENAAR TOT DIENAAR VAN GOD
De ervaringen van Swamiji's oom, Mr. K.P. Mylvaganam

 

Onze Ashram "Maama" (oom), altijd klaar om iedereen te dienen en te helpen.Ik ben Swamiji´s oom van moeders kant, de jongste zoon van Thaiyal Muthammal, Swamiji´s grootmoeder. Vijfendertig jaar lang was ik overheidsdienaar bij het Ministerie van Financiën van Sri Lanka. Mijn moeder was een heel godsdienstige vrouw die regelmatig naar India ging, hoofdzakelijk om hindoeïstische religieuze voorschriften in acht te nemen, zoals Kanda Sasti Viradam (vastentijd ter ere van de god Heer Muruga), in beroemde tempels als Tiruchendur aan de zuidkust van Tamil Nadu. Tijdens een van die pelgrimsreizen hadden mijn moeder en ik het uitzonderlijke geluk dat we de goddelijke darshan kregen van de grote Yogi Sri Ramana Maharishi in Tiruvannamalai, in 1942. Als meisje was mijn moeder in de gelukkige omstandigheid dat ze de heilige, Swami Paramaguru kon dienen. Hij was een groot wijze die in Matale leefde, de geboorteplaats van onze Swamiji. Hij stond in de omgeving bekend als een verlichte heilige. Alleen mijn moeder mocht zijn eten koken en hij stond er op dat het altijd op een voorgeschreven wijze, met de grootste zorg en nauwgezette hygiëne, werd bereid.

Mijn moeder wist altijd naar zijn tevredenheid het voedsel te bereiden en op te dienen. Swamiji heeft u al verteld wat de grote heilige aan mijn moeder heeft voorspeld. Swamiji was het derde kind van haar dochter Pushpakanthi. Ik was de eerste die hem vast heeft gehouden, nadat hij geboren was. Hij was het aantrekkelijkste van alle kinderen.

Toen hij naar school ging was hij ongetwijfeld een heel ondeugend jongetje, maar zijn onderwijzers mochten hem erg graag. Tot mijn verbazing hoorde ik echter vreemde verhalen over zijn gedrag op school. Swamiji was altijd klassenvertegenwoordiger en de leerlingen waren dol op hem. Op een ochtend stond hij voor de klas en zei tegen de leerlingen: "vandaag zal de onderwijzeres niet naar school komen want haar maag is van streek." Na een tijdje stuurde die onderwijzeres inderdaad een briefje naar het hoofd van de school, waarin ze meedeelde dat ze last van haar maag had en geen les kon geven. Toch had Swamiji dit verkondigd, zonder vooraf kennis te hebben van de gezondheidstoestand van de lerares. Toen ze weer terug kwam op school stelde ze Swamiji vragen over wat hij had verteld, maar hij gaf toe: "ik weet niet waarom ik het zei, maar er was iets dat me het deed zeggen. Zelf ben ik er even verbaasd over dat hetgeen ik zei, ook werkelijk gebeurde!" Later hoorde ik dat hij chocolaatjes, snoepjes, kandijsuiker en andere dingetjes materialiseerde voor veel van zijn vriendjes. Ik werd niet gealarmeerd door deze verhalen want ik wist dat hij een ondeugend jongetje was! Enkele jaren later stopte Swamiji met het dragen van overhemden en broeken, zoals de andere jongens droegen. Hij begon de traditionele dhoti en jibba te dragen (een lange lap stof die om het middel heen wordt gewikkeld en een kleine voor om de schouders), wat hem het uiterlijk van een priester verschafte. De plaatselijke bevolking noemde hem nu "Ravi Swami".

Ze zeiden dat hij vibuthi, kungkumam, sandelhout en religieuze voorwerpen materialiseerde, om de mensen te helpen met hun problemen. Ik dacht bij mezelf dat hij misschien wel een Swamiji zou worden.

In die tijd waren er in Sri Lanka niet meer dan een handjevol Hindoe Swamiji´s (behalve die van de Ramakrishna Missie) en de meesten van hen werden daar niet beschouwd als geweldig religieuze mensen. In die dagen keken de mensen op hen neer, ze dachten dat zulke swami´s afkomstig waren uit heel arme gezinnen en dat het opnemen van een leven als monnik eerder een manier was om zichzelf (bedelend) in leven te houden. Omdat wij een gerespecteerde en welgestelde familie waren, had ik het gevoel dat anderen op ons neer zouden kijken als hij een swami was.

Swamiji, aan het bidden in de Matale Ashram, Sri LankaOngelukkigerwijze bekleedde ik een gerespecteerde en verantwoordelijke posititie in overheidsdienst. Vaak maakten mijn vrienden grapjes en zeiden: "Je Swami-neefje", wat me irriteerde. Ik waarschuwde hem dus met klem om op te houden met die onzin en zei dat hij onze familie te schande maakte. Mijn pogingen waren echter tevergeefs. Als jongen had hij altijd veel respect voor me gehad en mijn adviezen ter harte genomen. Ik was geschokt en van mijn stuk gebracht, toen ik er achter kwam dat deze voorheen zo gehoorzame jongeman zich nu doof hield voor mijn raadgevingen. Hij was echter mijn moeders lievelingetje en ik kon het niet opbrengen om hem op de een of andere manier te straffen. Mijn moeder en ik hadden regelmatig woordenwisselingen over Swamiji en daarom liet ik mij, om uit deze situatie te geraken, voor mijn werk naar Colombo overplaatsen, 100 mijl van Matale verwijderd. Ook al zat ik zo´n eind van Matale, ik hoorde nog regelmatig over Swamiji! Iedereen die me aansprak over hem had iets goeds te melden en vertelde dat hij bijna "bovenmenselijk" was. Enkele van mijn goede vrienden hadden het gevoel dat ik me voedde met valse illusies door Swamiji, die inmiddels zeer gerespecteerd werd in Matale, niet te erkennen. Ik gaf me door deze opmerkingen niet gewonnen. Ik had het gevoel dat de status die ik in de stad genoot veel belangrijker was. Ik genoot van mijn drukke sociale leven en van lekker eten en drinken. Toch was ik op godsdienstig gebied altijd actief en geloofde in de rituele verering van godheden en bezigheden in de tempel. Ik kwam altijd naar Matale terug als het tijd was voor het Sri Muthu Mariyamman Wagenfestival, om te helpen bij het financiële beheer tijdens deze vieringen. Dit was een aanzienlijke taak, want de tempel was heel beroemd en zeer populair.

Als ik af en toe bij mijn moeder op bezoek ging in Matale, legde ik een levendige interesse aan de dag voor mijn ondeugende neef. Toen ik enige tijd later vrienden ontmoette uit verschillende beroepsgroepen (doktoren, ingenieurs en zo meer) die ook verhalen over Swamiji naar voren brachten, waarin ze blijk gaven van hun vertrouwen en geloof in hem, maakten ze mij duidelijk dat hij zieken genas en vele mensen hielp in hun lijden. Dit dwong mij om mijn mening over hem te herzien en ik stelde me ten doel om Swamiji van tijd tot tijd te ontmoeten. Ik dacht dat er van al die verhalen wel iets waar moest zijn, want er kwamen heel wat mensen naar hem toe. Mijn trots liet echter niet toe dat ik op mijn knieën zou vallen om hem te vereren. In de periode van 25 jaar tussen 1958 en 1983, leed ik ernstige financiële verliezen en ook verloor ik veel bezittingen. Tijdens de ethnische ongeregeldheden in 1977 brandde mijn huis af. Ik kon alles als Gods wil aanvaarden, maar mijn vrouw (Saraswathy) kon de voortdurende ontsteltenis niet verdragen en haar gezondheid had er onder te lijden.

In 1981 kreeg ze een beroerte en daardoor realiseerde ik me dat een uitbundig sociaal leven en trots over verworven status, een mens niet gelukkig konden maken. Ik voelde nu aan dat dergelijke dingen slechts tijdelijk waren en onzinnig. We begonnen ons zorgen te maken over de toekomst van onze zoon. In dit stadium begon ik meer met Swamiji om te gaan, teneinde wat geestelijke verlichting te krijgen. Hoewel ik niet veel vertrouwen in hem had, waren mijn vrouw en zoon hem zeer toegewijd en onveranderlijk mopperde ik op ze, wanneer ze terugkwamen van de gebedsdiensten en het bhajans zingen. Maar ik kon hen niet verbieden om toegewijd te zijn en ik mengde me niet in hun geloof in Swamiji. Omstreeks deze tijd voorspelde Swamiji dat ik in de toekomst als een actief toegewijde, mijn diensten zou gaan verlenen in zijn Ashram. Dit was een duidelijke verklaring en hij scheen heel zeker te zijn van wat hij zei.  Voordat in 1983 de rellen uitbraken had ik veel zorgen. Saraswathy was verlamd geraakt en mijn zoon, Ashokan, had net eindexamen gedaan. Ik wilde hem een goede opleiding geven. Ik vroeg advies aan Swamiji en we bespraken deze problemen. Ik vroeg hem of ik in Sri Lanka zou moeten blijven. Tot mijn verbazing zei hij dat we spoedig met grote ethnische problemen te kampen zouden krijgen, die het leven van elke Tamil zouden verscheuren. Swamiji zei dat hij erover dacht om naar India te gaan. Ik besloot ook om me daar voorgoed te vestigen. Ik nam dit besluit voornamelijk vanwege de kritieke omstandigheden waarin mijn vrouw verkeerde. Een maand later belde Swamiji mij op en vertelde dat hij al gauw naar India zou gaan. Ik ging mee, samen met mijn zieke vrouw en mijn zoon. Dit was een overgangsperiode in mijn leven en ik gaf me volledig over aan Swamiji, niet als zijn oom maar nu als een ware toegewijde.

Vanaf die dag accepteerde ik het dat hij een groot heilige is en een bovennatuurlijk wezen. Mijn geloof kreeg een succesvol bewijs toen hij voor een wonderbaarlijke verandering zorgde in het leven van mijn vrouw. Gedurende zes maanden had ze in bed gelegen, niet in staat zich te bewegen. Nadat we naar India gekomen waren en samen met Swamiji in hetzelfde huis woonden, kreeg hij haar waarachtig zo ver dat ze rond kon lopen, het gewone huishoudelijke werk kon doen en zichzelf kon helpen. We gingen met ons allen naar Rameshwaran (een beroemde tempel voor Rama) aan de kust. Ik was ontroerd toen ik haar naast Swamiji zag lopen en een bezoek brengen aan alle oude bezienswaardigheden in deze beroemde, heilige plaats. Ze liep meer dan twee kilometer! Dit gaf me steeds meer vertrouwen in Swamiji. Acht maanden later vertelde Swamiji me dat Saraswathy´s dagen waren geteld en dat ze, al zag ze er goed uit, niet lang meer te leven had.

Hij zei dat ik er verstandig aan zou doen om me voor te bereiden op deze drastische verandering in mijn leven en dat ik het overlijden van mijn vrouw moedig zou moeten dragen. Ik heb het gevoel dat het aan zijn genade te danken was, dat ik me er goed doorheen geslagen heb. Saraswathy zei tegen Swamiji: "ik wil uit mijn lijden verlost worden." Swamiji materialiseerde een beeldje van Ganapathi voor haar en zei dat haar lijden binnen 48 dagen zou worden verlicht. Swamiji ging voor een kort bezoek naar Sri Lanka en in die tijd kreeg mijn vrouw een plotselinge en hevige aanval. Ik herinnerde me Swamiji´s vriendelijke waarschuwing dat ze nog maar kort te leven had en lichtte dadelijk mijn zoon, Ashokan, in en zei hem naar India te komen (hij werkte in Sri Lanka). Hij kon nog tien dagen in het gezelschap van zijn moeder doorbrengen. Twee dagen voor haar dood belde Swamiji me vanuit Sri Lanka op en herinnerde me aan hetgeen hij had voorspeld.

 Swamiji kwam onmiddellijk terug naar India, om aanwezig te zijn bij haar begrafenisrituelen aan de rivier de Cauvery te Trichy. Ashokan en ik waren overstelpt door verdriet. Swamiji zorgde overal voor. Hij regelde dat Ashokan een opleiding kon gaan volgen in het Verenigd Koninkrijk en dat hij zich verloofde met de dochter van een naaste toegewijde, zoals onze traditie dat wil. Swamiji nam al mijn problemen op zich en loste ze snel op, alsof het zijn eigen problemen betrof. Hoewel Swamiji een oom had die Mylvaganam heette, heeft lange tijd niemand dat geweten, vanwege mijn onverschillige en ongelovige manier van doen. Nu beschouwen de toegewijden mij als hun aller "Maama" (oom). Ik kreeg deze naam omdat ik Swamiji´s oom ben. Swamiji noemt me altijd Maama. Ik was zo gezegend om in Swamiji´s heilige Ashram te leven en hier in zijn dienst, actief deel te nemen aan de bedrijvigheden daar, tot die fatale dagen toen we op valse beschuldigingen werden gearresteerd. Nu leef ik in de hoop dat ik de dag zal mogen meemaken, dat Swamiji vrij zal rondlopen op deze aarde en allen zich van zijn onschuld bewust zullen zijn. Moge de Waarheid zegevieren.

JAI PREMA SHANTI

Swamiji's oom, Mr. Mylvaganam, overleed in 2001.

Lees andere ervaringen

TERUG NAAR BOVENAAN